J.Willemsen Jr 1922Hoe het allemaal begon....

Het was in de Komatiestraat, om precies te zijn op de avond van 29 augustus 1922, dat op de zolder boven bakkerij Willemsen een aantal duivenliefhebbers besloten om een eigen vereniging op te richten. Als voorzitter koos men dhr. A. Bouman, als secretaris-rekenaar dhr. J. Holster en dhr. H. Versluis zorgde voor de centjes als penningmeester. De zoon van de bakker J. Willemsen Jr werd benoemt als commissaris van materieel. Deze had alles bij de hand, want hij verkocht vanuit de zolderverdieping o.a. duivenvoer en allerhande sportartikelen onder de handelsnaam Centraal Sporthuis "Dordrecht". De contributie werd voorlopig vastgesteld op 15 ct per week voor leden en 10 ct voor aspirant-leden. Er werd gelijk een vlucht vastgesteld. De eerste vlucht werd georganiseerd vanuit Leerdam waarvoor 60 duiven werden ingeschreven. Veel van de leden hadden zelf geen klok en konden er een huren bij Willemsen Jr. Wie geen klok had moest lopen naar de dichtstbijzijnde klokbezitter en kreeg daarvoor 20 seconden per 100 meter vergoed. Enkele moesten wel vijf- of zeshonderd meter weg en pakten daarvoor de fiets. Voor iedere 100 meter met de fiets werd destijds 12 seconden vergoeding gegeven. Een oude Plasschaert No.1 was de eerste moederklok.

Met paard en wagen naar het station

In 1923 werd voor het eerst Bordeaux gevlogen waar ook vanuit de vereniging belangstelling bestond om aan deel te nemen. 's Maandags hadden de gezamenlijke liefhebbers 26 duiven op feestelijk wijze ingekorfd en daarna de mand hoogstpersoonlijk naar het station gedragen waar de duiven verder werden getransporteerd richting Roosendaal, het verzamelstation. Op het vrachtperron, rondom de mand geschaard hebben ze nog gezongen "heb je mijn doffertje niet gezien" en "adieu wij moeten elkander groeten, tot wederziens". Bij de lossing heerste er in een groot gedeelte van Frankrijk een hittegolf. Onderweg naar huis kwamen de duiven in bijzonder slecht weer terecht met regen en onweersbuien.
De eerste overnachtvlucht werd voor de meeste deelnemers gelijk een rampvlucht. Het grootste gedeelte van de ingekorfde duiven zijn nooit meer op de hokken teruggekeerd.

Ledenvergaderingen hield men destijds in gebouw Patrimonium in de Lange Breestraat, in gebouw Eensgezindheid of in zaal Waarheid en Vrede aan de Museumstraat. Bestuursvergaderingen daarentegen hield men veelal bij 'den Voorzitter thuis'.

Station Orleans

In de lange historie van de vereniging weten we uit de overzichten met zekerheid vast te stellen dat er inkorffaciliteiten geweest moeten zijn in de Komatistraat, Kromhout, Kleine Spuistraat, Waterbeekstraat, Nieuwstraat, Sophiastraat, Kromme Elleboog, Toulonselaan, Vorensaterstraat, Dubbeldamseweg, Noordendijk en tenslotte de huidige locatie aan de Gravensingel. Het kunnen er mogelijk nog een paar meer geweest zijn.

In het jaar 1927 had de vereniging 26 leden en werden er reeds 2684 duiven verzonden. Men huurde de inkorfruimte in dat jaar tegen een bedrag van fl 60,-. De Waterbeekstraat - een kleine zijstraat van de Blekersdijk - wordt genoemd als inkorflokaal in 1930. Of de daarop volgende crisisjaren dezelfde locatie werd gebruikt is niet terug te vinden.

Na de 2e wereldoorlog vond de eerste vergadering plaats op 11 juni '45 in gebouw Eensgezindheid gelegen in de Dordtse Museumstraat. Het duivenvoedsel dat is toegewezen via de Voedselcommissie, wordt gedistribueerd door de voorzitter de heer Peters.

In '46 besluit men een pakhuis te huren bij Holster in de Kleine Spuistraat 11 tegen de som van fl 2,50 per week. Onze zustervereniging De Luchtbode uit Papendrecht zit dan kennelijk slecht in zijn materiaal, want er worden 4 verzendingsmanden voor een jaar uitgeleend. Middels een ingekomen brief zegt de heer v.d.W zijn lidmaatschap van de vereniging op. Na bekendmaking hiervan, zo lezen we, is de vergadering opgelucht dat deze heer met zijn altijd opruiende kritieken, en het constant oppositie leveren, de vereniging verlaat.

Bestuur en leden 1925

Zo komen we in '47 wanneer er weer een ander clublokaal wordt gevonden. Dit keer is het bij het bedrijvencomplex van Verzeijl aan de Sophiastraat, achter de Mariaweg. De vrachtprijzen staan in de belangstelling en worden vastgesteld op 3 cent voor africhting op Roosendaal. Het Belgische Wavre komt op 10 cent te staan, gelijk aan Vilvoorde. Het gaat de vereniging blijkbaar voor de wind. Er worden zelfs een 8-tal gloednieuwe rieten verzendingsmanden aangeschaft. Aan het eind van het jaar blijkt er na het 25-jarig jubileumfeest in de vereniging een financiële tegenvaller te zijn. Wat blijkt? De uitgaven van het feest zijn namelijk een dikke honderd gulden hoger uitgevallen dan de verwachtte inkomsten.

Lang duurde het onderkomen bij Verzeijl ook niet want in '48 besluit men het boeltje weer op te pakken en te verhuizen naar een pakhuisje aan de Kromme Elleboog tegen een huur van een knaak per week. Nog steeds lezen we over verslagen van de Voedseldistributie. Op de voorjaarsvergadering wordt voorgesteld om diploma's aan de kampioenen uit te reiken. De heer Paul, ongetwijfeld een handige knutselaar, stelt voor om enkele schemerlampjes te willen maken. Van de Afdeling West komt een voorstel binnen om de duiven per auto te gaan vervoeren. Dit voorstel wordt direct aangenomen.

advertentie

In '49 komt men terecht in de Vorensaterstraat waar men een ruimte kan huren bij een garagebedrijf. Het aantal leden bedraagt op dat moment 56. Om de klokken aan- en af te slaan wordt onderdak gevonden bij de blikfabriek van Bekkers, 'Verblifa', met de ingang aan de Dubbeldamseweg. Voor het beleggen van vergaderingen mag men gebruikmaken van de bedrijfskantine.

De contributie wordt in '53 om bijzondere redenen verhoogt naar fl 1,25 per maand. Wat is er aan de hand? Van de Belastingdienst is er een navordering binnengekomen van fl 82,50 over de jaren '50, '51 en '53, waar kennelijk niet op was gerekend. Aan het eind van dat jaar komt het advies van de Bond binnen dat het bedrag, zijnde belasting over vrachtgelden, teruggevraagd moet worden. Of het bedrag uiteindelijk door de Belastingdienst alsnog is teruggegeven, wordt nergens vermeld!

Een bekende locatie waar lange tijd onderdak werd gevonden was bij het café van familie Van Welie gelegen aan de Toulonselaan. Laten we het er maar op houden dat men naast het nuttigen van het aangename, ook gelegenheid bood tot het inkorven van wedvluchtduiven.

In '61 werd de contributie vastgesteld op fl 1,50 per maand en in '63 schaft de vereniging nog eens een vijftal verzendingsmanden aan. Vijfjaar later moeten alle duivenklokken ter keuring worden aangeboden. Het wordt er allemaal niet goedkoper op, want het jaar daarop wordt de contributie weer eens verhoogt met fl 0,50 per maand.

Begin jaren zeventig wordt er bij het gemeentebestuur een verzoek ingediend tot het kunnen huren van een perceel grond aan de Prof. Waterinklaan. De bedoeling hiervan zal duidelijk zijn. Het verzoek wordt echter afgewezen i.v.m. een bestemmingplan. Het jaar erop wordt er weer een verzoek ingediend, nu voor een stukje grond nabij de Zuidendijk / Karel Doormanweg. Alles zit tegen. Ook nu weer afwijzing. Nieuw is, dat vanaf dat moment de klokken moeten worden aan- en afgeslagen op het radiotijdsein.

Eind '74 gaat de modernisering in de duivensport zijn intrede doen. De vereniging gaat met de nieuwste vorm van duiventransport naar de losplaats: het containervervoer.

voormalig logo

In '75 lezen we dat de contributie weer omhoog gaat, nu naar fl 36,- per jaar. De huidige huisbaas is speeltuinvereniging Oosterkwartier aan de Noordendijk. Ondanks dat eerdere verzoeken bij de gemeente Dordrecht voor een stuk eigen grond alsmaar worden afgewezen, blijft men zoeken naar een 'eigen' onderkomen. Toen de Dubbeldamse Korfbal Vereniging, kortweg D.K.V. ,vergevorderde plannen had voor een nieuwbouwcomplex aan de Gravensingel, zou het oude D.K.V. gebouwtje de ideale plaats zijn voor De Luchtbode om zich er te kunnen vestigen. De eerste gesprekken met de gemeente komen op gang. Er zouden er nog een paar volgen. Steeds meer begon men in een "eigen home" te denken. Want zegt nu zelf, er gaat toch niets boven baas in eigen huis?

Tijdens de eerste ledenvergadering in '76 kan een trotse voorzitter bekend maken dat de aankoop van het voormalige D.K.V. gebouw zo goed als rond is. Het wachten is op de gemeente of die toestemming geeft het perceel grond waarop het gebouw staat aan de duivenvereniging mag verpachten. In de zomer '76 komt dan toch de verlossende toestemming. De weg is vrij. De koop met D.K.V. kan worden gesloten. Er moest echter wel een klein kapitaaltje op tafel komen en hetgeen in de kas zat was niet toereikend genoeg. Met een aantal schenkingen en renteloze leningen kwam men een heel eind. Er werden diverse acties op touw gezet om de ontbrekende gelden alsnog bijeen te brengen. Het eigen home was er dan toch eindelijk!

Begin jaren '80 - het gaat goed met de vereniging - zijn er serieuze plannen om het gebouwtje wat groter te gaan maken. De vereiste vergunningen worden aangevraagd en het gebouw aangepast. Oh, ja zeker, het oude gebouwtje was knus en heel gezellig, maar het lokaal kende ook zijn beperkingen. In die jaren wordt de eerste computer in gebruik genomen om geheel zelfstandig wedvluchtuitslagen voor de leden te kunnen uitrekenen.

In het najaar van '85 deed zich opeens de mogelijkheid voor om een groot houten schoolgebouw in Hardinxveld -Giessendam over te nemen. Het gebouw voldeed wat betreft afmetingen en voorzieningen aan de gestelde eisen. Maar ja, waar begin je aan. Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Goede raad was duur. Om de kosten binnen de perken te houden zou het schoolgebouw van 27 x 6 meter zelf gedemonteerd en naar Dordrecht getransporteerd moeten worden. Wie had nou ervaring met een dergelijke klus? Niemand toch? De koppen werden bijeen gestoken. Wat te doen? Financieel gezien waren er wel wat struikelblokken, maar met steun van die en gene werd ook dat probleem opgelost. Het één kopen betekende het ander slopen. Door zelfwerkzaamheden van een aantal leden die beroepsmatig timmerman, metselaar, elektricien of dakdekker waren, is deze mega klus in de weekenden en vrije uurtjes tot een goed einde gebracht. En..., het resultaat mag er zijn.

Een zwarte bladzijde in de lange historie van de vereniging.
Uit een bewaart krantenknipsel van Dagblad De Dordtenaar van donderdag 6 juni 2002 citeren we letterlijk:
"De Luchtbode vleugellam"
Postduivenvereniging De Luchtbode is vleugellam door blikseminslag in haar clubhuis aan de Gravensingel in Dordrecht. Direct na de inslag die gisternacht kort voor twee uur gebeurde, brak een korte, felle brand uit. De schade in de bestuurskamer is het grootst. Zo is de computerapparatuur met de volledige administratie van De Luchtbode in vlammen opgegaan. Ook andere ruimten liepen forse rook- en brandschade op. "Een drama", zegt voorzitter B. Dekker van de Luchtbode. De brandweer wist te voorkomen dat het gebouw in de as werd gelegd. Op het moment van de inslag waren in het pand geen duiven aanwezig. De Luchtbode heeft tijdelijk onderdak gekregen bij haar zustervereniging, de Dordrechtse Concours- en Verzendingsbond DCVB) aan de Brands Buysstraat.

"We hebben met z'n allen een potje staan janken"
Nog geen half uur na het uitbreken van de brand, arriveerde voorzitter B. Dekker bij het clubhuis van De Luchtbode aan de Gravensingel. De brandweer had de bluswerkzaamheden al beëindigd en maakte aanstalten om te vertrekken. "Toen dacht ik nog dat de schade wel zou meevallen" zegt Dekker. Bij daglicht werd de voorzitter de omvang van de schade pas goed duidelijk. Van de bestuurskamer is niets meer over en de rest van het gebouw is zwaar beschadigd. "We hebben hier vanmorgen met z'n allen een potje staan janken"zegt de preses van de 34 leden tellende postduivenvereniging bij het zien van de ravage. Dekker prijst de attente reactie van een omwonende die gisternacht even voor twee uur rook uit het pand zag komen en de brandweer waarschuwde. Volgens Dekker moeten de spuitgasten er heel snel bij zijn geweest. "Als ze tien minuten later waren geweest, was van het gebouw weinig overgebleven". Het clubgebouw van de tachtig jaar oude postduivenvereniging was vorig jaar door de leden eigenhandig opgeknapt. Dekker denkt dat op het actieve kader van De Luchtbode wederom een beroep kan worden gedaan om deze tegenslag te boven te komen. "Gelukkig is alles verzekerd, maar je wordt van een brand nooit beter. Het is dan fijn om te weten dat je kunt rekenen op de steun van de clubleden". De Luchtbode zal de komende tijd geen gebruik kunnen maken van het clubhuis. Zuster vereniging De Dordrechtse Concours- en Verzendingsbond stak de vleugellamme postduivenfanaten de helpende hand toe. "Toen ze van dit drama hoorden, hebben ze direct ruimte in hun gebouw voor ons vrijgemaakt. Daarvoor zijn we de DCVB heel dankbaar, maar natuurlijk willen we het liefst zo snel mogelijk terug naar ons eigen stekkie. Helaas zal daar nog wel enige tijd overheen gaan".

In de voorbije jaren hebben er heel wat veranderingen in de duivensport plaatsgevonden. Was er in 1922 nog sprake van looptijdvergoeding van een tiental seconden en werd de uitslag handmatig uitgerekend en vermenigvuldigd met de stencilmachine, thans heeft bijna iedereen een elektronisch computerconstateersysteem waarop de tijd tot zes cijfers achter de komma vanuit de elektronische duivenklok in een fractie van een seconde in de verenigingscomputer wordt uitgelezen. Een uitslag maken is vervolgens nog een kwestie van enkele minuten, een snelle laserprinter en een kopieermachine doen de rest.....

samenstelling: F.B.

Bronnen: oude jaarboeken, foto's, documenten en archiefstukken v.a. 1922 van P.V. De Luchtbode.
Deze oude archiefstukken zijn een 15-tal jaren terug i.o. overgedragen aan Gemeentelijke Archiefdienst Dordrecht.